Innovatief vervoer


Op 25 mei heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen een brief naar de kamer gestuurd over de voortgang uitvoering Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030. In één van de bijlagen wordt een toelichting gegeven op de stand van zaken Nationaal Toelichtingskader Lichte Elektrische Voertuigen (LEV). Hierin staat dat de herziening van het nationaal kader voor LEV vertraging heeft opgelopen. In het najaar zal de “eerste schets” gereed zijn. Voor fabrikanten en gemeentes betekent dit dat het huidige kader voorlopig leidend blijft. 

 

Wat eraan vooraf ging ...

Vroeger was de wet- en regelgeving vrij eenvoudig ingericht. Voor gemotoriseerde vervoersmiddelen, zoals brommers en scooters zijn er geharmoniseerde (Europese) regels. Daarnaast zijn slechts enkele eisen gesteld aan een fiets. Aan een invalidevoertuig worden eveneens weinig eisen gesteld. Maar vanwege dichtslibben van de binnenstad, Klimaatakkoord en individuele wensen van de burger worden steeds meer verschillende voertuigen ontwikkeld, waarmee met de weg op wil. E-bikes, cargo bikes, E-steps, segway, speed pedelec, mini-scooter, elektrische skateboards en de Stint zijn daar voorbeelden van. De E-bike en de cargo bike worden als fiets gezien, de speed pedelec als brommer, maar de rest valt niet onder bestaande regels. In de Europese Brommerrichtlijn (168/2013) is de categorie LEV uitgesloten, omdat men in Europa deze richtlijn voor LEVs als niet passend ervaart. Alle landen zaten daardoor met een leemte in de wet- en regelgeving. Ieder Europees land ontwikkelde een eigen nationaal kader. Zo ontwierp België meer dan tien jaar geleden een innovatieve regeling, waardoor de meeste LEV zonder extra eisen en met dezelfde verzekering als voor de fiets de weg op kunnen. Nederland ontwierp regelgeving die geënt was op de Europese Brommerrichtlijn. Onder deze regelgeving zijn naast de Stint onder andere de Segway op de weg toegelaten. Vanwege het dramatische ongeval met de Stint is deze nationale regelgeving opnieuw tegen het licht gehouden. 

Ondertussen zat de markt niet stil en op Europees niveau stelden fabrikanten en overheden een set van eisen op; de zogenaamde NEN normen voor specifiek deze LEV-categorie (EN17128). Veel fabrikanten werken inmiddels volgens deze normen, al zijn deze niet verplicht. Hierdoor is het voor consumenten onduidelijk aan welk kwaliteitsniveau een LEV voldoet. In webshops zie je daarom ook grote prijs- en kwaliteitsverschillen. Elk land kan deze NEN-normen overnemen in nationale regelgeving. Dit is lang niet in alle landen gebeurd, zo ook niet in Nederland. 

Kortom, er zijn in Europa verschillen ontstaan voor de regels voor LEV. Door het Stint-ongeval heeft het Ministerie het oude kader herzien. Het herziene kader is een tijdelijk kader met “lessons learned” na het Stint-ongeval, zoals kwaliteitsborging. Hiermee lijkt dit herziene kader nog meer op de Europese Brommerrichtlijn. In de brief aan de Tweede Kamer laat de Minister nog ruimte voor het definitieve kader: “om het definitieve toetsingskader voor LEV in lijn te brengen de Europese richtlijnen”. Theoretisch kan hiermee bedoeld worden dat de NEN-normen (EN17128) in nationaal beleid worden omgezet. Omdat lang niet alle Europese landen deze NEN-normen hebben overgenomen, leidt dit nog niet tot Europese harmonisatie. 

Het lijkt erop dat LEV, die nu zijn uitgesloten van de Europese Brommerrichtlijn, daar alsnog onder gaan vallen. De vraag is in hoeverre deze Europese Brommerrichtlijn, die nog niet zo lang geleden helemaal is aangepast, opnieuw zal worden aangepast voor de LEV. LEV zonder stuur, zoals onewheels, elektrische skateboards en monowheels, passen hier niet onder.

Bovendien is het de vraag of alle Europese landen mee gaan met dit Nederlandse voorstel. Duitsland heeft een paar jaar de tijd genomen voor nationale regelgeving die meer veiligheid en duidelijkheid moest verschaffen voor LEV. Sommige andere landen hebben deze weg niet gekozen en LEV (deels) toegestaan. Als het definitieve Nederlandse kader uiteindelijk niet in de Europese Brommerrichtlijn wordt overgenomen, dan loopt Nederland de kans dat er nauwelijks innovatieve vervoersmiddelen de weg op mogen, zoals nu ook al het geval is. 

Afgelopen maanden hebben diverse partijen, waaronder DOET, ANWB en LegaalRijden, hun standpunt nog een keer aan de Minister kenbaar gemaakt. De ANWB wil aan een zwaarder voertuig (scooter) strengere eisen stellen dan aan een lichter voertuig (E-step). De ANWB wil dat voor lichtere voertuigen met een beperkte snelheid dezelfde regels gelden als voor de E-bike, d.w.z.: op het fietspad rijden, maximaal 25 km/u, geen aansprakelijkheidsverzekering voor motorvoertuigen en vrijwillig een valhelm dragen. DOET ondersteunt de Nederlandse inzet voor een Europees kader voor PLEV. Aansluiting daartoe bij de reeds ontwikkelde eisen in Duitsland, Frankrijk en diverse andere Europese landen acht DOET kansrijker dan een nieuw en eenzaam initiatief van Nederland gericht op de Europese verordening 168/2013. Dit Nederlandse initiatief zal leiden tot een langjarig proces met een twijfelachtige uitkomst van het streven naar Europese harmonisatie. LegaalRijden wil heel eenvoudig - net als in België - LEV gelijkstellen aan de fiets met een maximale snelheid van 25 km/u.